Een lichtspoor ontstaat als iets lichts beweegt terwijl je sluiter open staat: de koplampen van een tram, een boot op het water, iemand met een lamp die een cirkel draait. Op de foto wordt die beweging één doorlopende lijn. Het ziet er ingewikkeld uit, maar je hebt maar een paar instellingen nodig en een camera die stil staat.
In dit artikel lees je welke uitrusting je nodig hebt, welke instellingen ik als startpunt gebruik en hoe je het ook met je telefoon doet. Het blauwe uur in de wintermaanden is hiervoor het beste moment, en daarom past dit onderwerp goed bij het fotograferen van het Amsterdam Light Festival.
Wat heb je nodig voor lichtsporen?
- Een camera met handmatige instellingen. Een systeemcamera, spiegelreflex of compact met M- of S-stand (sluitertijdvoorkeuze) is genoeg.
- Een stabiele ondergrond. Een statief is het beste. Heb je dat niet, leg je camera dan op een muurtje, een prullenbak of je rugzak.
- Een zelfontspanner of afstandsbediening. Zelfs het indrukken van de knop veroorzaakt trillingen. Zet de timer op 2 seconden.
- Iets dat beweegt en licht geeft. Verkeer, trams, boten en fietsers werken goed.
De instellingen als startpunt
Dit zijn de waarden waarmee ik begin. Pas daarna aan op wat je op het scherm ziet.
- Stand: M (handmatig).
- ISO: 100, of zo laag als je camera toelaat. Dat geeft de minste ruis en laat je lang belichten zonder dat het beeld uitbrandt.
- Diafragma: f/8. Dat geeft scherpte door het hele beeld en lichtpuntjes die niet te groot worden.
- Sluitertijd: begin met 5 seconden. Wil je een langer spoor, ga dan naar 10 seconden of meer. Brandt het licht uit, kies dan een kortere tijd.
- Scherpstellen: handmatig. Stel scherp op iets op dezelfde afstand als waar het verkeer rijdt en zet autofocus daarna uit, zodat de camera niet gaat zoeken.
- Beeldstabilisatie: uit als je camera op een statief staat.
- Bestandsformaat: RAW, zodat je witbalans en belichting achteraf kunt bijstellen.
Twijfel je over de samenhang van deze waarden? In sluitertijden uitgelegd en de exposure calculator zie je wat er verandert als je één waarde aanpast.
Zo bouw je de foto op
Een lichtspoor zonder voorgrond is een lijn op een zwarte achtergrond. De foto wordt sterker met iets om het licht heen:
- Kies eerst je kader en wacht dan op het verkeer. Zet je camera niet op een willekeurige plek in de hoop dat het goed komt.
- Gebruik leidende lijnen. Een weg, brug of gracht die door het beeld loopt, laat het spoor een richting krijgen.
- Zoek reflecties. Water en nat wegdek verdubbelen het licht. Na een regenbui krijg je extra glans.
- Laat iets scherp en stilstaand in beeld, zoals een gebouw, brugleuning of lantaarnpaal, zodat de beweging contrast heeft.
Het beste moment: het blauwe uur
Fotografeer niet pas als het pikdonker is. In de minuten na zonsondergang is de lucht nog diepblauw en branden de lichten al. Dat geeft kleur boven en lichtsporen eronder. In de wintermaanden is dat in de late namiddag, waardoor je er niet laat voor op hoeft te blijven.
Lichtsporen met je telefoon
Ook met een telefoon lukt het, als hij stil staat. Zet hem tegen een paal of op een mini-statief. Op een iPhone zet je een Live Photo om naar de lange belichting: open de foto, tik op Live en kies Lange belichting. Veel Android-telefoons hebben een vergelijkbare stand in de camera-app of in de pro-modus. De nachtmodus maakt een lange belichting op de achtergrond; die werkt het best als jijzelf niet beweegt.
Veelgemaakte fouten
- Uitgebrande lampen. Sluit het diafragma verder (f/11), verkort de sluitertijd of verlaag de ISO.
- Wazige lijnen. Er kwam trilling in je opstelling. Gebruik de timer en raak de camera niet aan.
- Een rommelig spoor. Te weinig verkeer geeft dunne lijnen, te veel een witte brij. Probeer kortere of langere tijden en wacht op een rustiger moment.
- Te vroeg weggaan. Neem meerdere opnamen. Elke foto heeft ander verkeer en dus een ander spoor.
Samen oefenen
Liever met begeleiding? In de fotoworkshop tijdens het Amsterdam Light Festival oefenen we in een kleine groep van maximaal vijf personen met lichtsporen, lichtkunst en straatfotografie bij avond.
Veelgestelde vragen
Welke sluitertijd gebruik ik voor lichtsporen?
Begin met 5 seconden bij ISO 100 en f/8. Wil je langere sporen, verleng dan naar 10 seconden of meer. Zijn de lichten te fel, kies dan een kortere tijd of sluit het diafragma verder.
Heb ik een statief nodig?
Ja, of een andere volledig stabiele ondergrond. Bij seconden belichten zie je elke beweging van je handen terug als een onscherpe foto.
Kan ik lichtsporen met mijn telefoon maken?
Ja. Zet je telefoon stil en gebruik de lange-belichtingsfunctie of de nachtmodus. Op een iPhone zet je een Live Photo om naar Lange belichting.
Waarom zijn mijn lichten uitgebrand?
Er komt te veel licht binnen. Verlaag de ISO naar 100, sluit het diafragma naar f/11 of verkort de sluitertijd.



